Ik – 10 jaar – een allerliefste dagboek.
Ik – 13 jaar – gedeeld schriftje met schoolvriendinnen – ‘Kurt’, genoemd naar Kurt Cobain – een boek vol dromen, spannende, onbereikbare tienerliefdes en adoraties voor onbereikbare rocksterren.
Ik – 16 jaar – een doos vol ‘briefjes’ die ooit door de klas circuleerden – observaties van het moment, raad voor ‘onoverkomelijke’ problemen met (intussen bereikbare) tienerliefdes – briefjes vol eerste keren
Ik – 19 jaar – een computermap (ja, als student profiteerde ik van de geneugten van mijn eerste laptop) vol verslagen van spannende studentenfeestjes, minder spannend examenperiodes, ervaringen met eerste grote liefdes en periodes van liefdesverdriet waar geen einde aan leek te komen.
Ik – 26 jaar – een blog over de geneugten van het leven, die eerste keer samenwonen met de man van je dromen, over die eerste job en je eigen geld verdienen – over op eigen benen staan en genieten van de enorme vrijheid, over feesten, reizen en relatieproblemen die er eigenlijk geen zijn, over vriendschappen voor het leven, over dromen over de toekomst.
Ik – 35 jaar – en momenteel wordt er niets meer gedocumenteerd. Geen dagboek, schriftje, briefjes, of blog.
Door de drukte van de afgelopen jaren lijk ik een stukje van mijzelf verloren. De schrijver in mij is ergens afgehaakt.
Zonde, eigenlijk.
Want zoveel jaar later – twee verbouwingen later, twee dochters later, tien jaar relatie later – zie ik geen enkele reden om niet opnieuw op ‘papier’ te zetten wat me bezighoudt. Over vrouw en mama zijn, over tijd maken voor jezelf en je partner, voor je vrienden en familie. Over mijn twee prachtige dochters (Ik hoef niet te vertellen dat de mijne de mooiste en de liefste zijn). Over uitdagingen op het werk. Over de mooie en minder mooie dingen. En af en toe misschien over adoraties voor onbereikbare rocksterren.