Hello world…
Piepkleine handjes en voetjes.
Lichte haartjes en blauwe oogjes.
Een prachtige naam, een bloem van een baby.
En klein, fijn meisje heeft mijn nichtje gisteren op de wereld gezet. Dat hebben de mama en de papa prachtig gedaan!
En ik? Ik werd instand verliefd op mijn metekindje. Verliefd, zeg ik u!
Een gsm is voor mij niets meer dan een gsm. Het ding moet bellen, sms’en, moet een trilfunctie hebben en liefst ook een wekker. Daar stopt het. Foto’s nemen doe ik wel met een camera. Mijn agenda heb ik het liefst op papier en mail/facebook en andere internetsnufjes zijn gereserveerd voor mijn computer. Spelletjes speel ik zelden, laat staan op een gsm en als ik muziek wil luisteren, zeul ik m’n I-pod wel mee.
Kortom, ik gebruik m’n gsm waarvoor het ding oorspronkelijk diende.
In het weekend beperkt mijn gsm-gebruik zich helemaal tot het minimum. Hier en daar een sms’je, maar meestal heb ik het gewoon niet bij. Dan heb ik de slechte gewoonte om m’n gsm overal te laten slingeren. Soms blijft ie heel het weekend in de slaapkamer liggen, of in de keuken, of aan de pc. Of blijft ie zitten in de handtas die ik meeneem naar het werk, terwijl ik in het weekend een andere meeneem. De meeste mensen weten het al: als je mij dan wil bereiken, bel je best meteen naar Vriend. Meestal doen ze de moeite niet meer om het op mijn nummer te proberen.
Maar het kan verkeren: een zwanger nichtje, een kindje in de buik dat je metekindje wordt, een koppig kindje in de buik dat z’n warme nestje bij de mama nog niet meteen wil verlaten. Et voilà: zo krijg je een Sara die nergens meer naartoe gaat zonder gsm. Een Sara die onophoudelijk naar het schermpje tuurt om zich ervan te verzekeren dat ze zeker geen oproep heeft gemist. Uitgerekend voor afgelopen donderdag, 1 oktober, en nu nog steeds lekker warm bij de mama. Het zal er te goed zijn, denken we dan maar.
Toen belde de tante (mama van nichtje) en mijn hart stond stil… maar het ging over iets helemaal anders.
Plots had ik twee nieuwe sms’jes om half elf ’s avonds en ik wist het, nu is het zover. Bleek het iemand van het werk te zijn, die zich vergist had van nummer.
Een gemiste oproep, in het midden van de werkdag, van een nummer uit het Antwerpse dat ik niet kende: dat moest uit het moederhuis komen… Het was de bank: staan we toch wel € 35 onder nul op een rekening die we quasi niet meer gebruiken (Memo to self: rekening afsluiten).
Het is m’n vriend niet, die gsm. Eigenlijk zou ie nu alleen maar geluid mogen maken als het zover is. Als de kleine pruts heeft besloten om hallo te zeggen aan de wereld. Ieder piepje, trilletje, rinkeltje doet m’n hart sneller slaan.
Vanavond gaan we op bezoek bij vrienden. De oude Sara zou haar telefoon gewoon thuis laten. Waarom heb je het nodig als je gewoon gezellig kan kletsen? De nieuwe, bijna-tante Saar (hmmm, klinkt dat? Is tante Sara beter?
) zal haar gsm op de salontafel leggen. Ze zal zich excuseren bij de vrienden, en stiekem (of niet stiekem) regelmatig naar het gsm-schermpje turen. Wachtend op dat ene berichtje/telefoontje…
Het lijkt wel alsof ik hier enkel kom om te zeuren… Ik wil het niet, begrijp me niet verkeerd. Maar het lijkt wel alsof mijn ‘zeven vette jaren’ toch geëindigd zijn…
Het kwam als een klap, van de ene op de andere moment. Het greep me bij de keel en laat me al een hele week niet meer los. Niet aan te doen. Verteren en doorgaan. En toch… Van de ene op de andere moment werd ‘de crisis’ een nieuwe partner in mijn leven.
Maandag werden we allemaal samengeroepen door de grote baas. Besparingen zijn nodig. En nu moeten ook wij ons steentje bijdragen… Van zodra er een nieuwe CAO kan vastgelegd worden, moet Sara verplicht 10 % loon inleveren. Ok, ik mag ook 10% minder gaan werken, maar ik ben er niet blij mee. Ik kan de centjes die nu binnenkomen zeker en vast gebruiken. en maandelijks valt het nog wel mee… Maar op een jaar tijd verlies je meer dan een maand loon en dat is wel een zware dobber!
Maar er valt niets aan te doen… we zijn solidair. Het is dit of er vallen minstens 25 ontslagen. Dat is één op zes. Niets garandeerd dat ik daar dan niet bij zou zijn.
Dus ga ik maar op zoek naar een bijverdienste. Volgende week start ik met het vergaren van contacten op Vriends afstudeerreceptie. Dan ronsel ik contacten en kan ik misschien nog wel ergens in bijberoep gaan copywriten… We’ll see. Hoe je van de ene op de andere dag ineens een zware blok meedraagt op je schouders!
Maar dus ook 22 dagen extra thuis… Dan kan ik wel eens een dagje doorbrengen met m’n petekind. Het is immers aftellen momenteel. Iedere moment kan het zover zijn… Zou het een jongen zijn of een meisje? Nog steeds een raadsel…
En dan ga je een klein beetje dood vanbinnen.
Als je dag moet zeggen tegen je beste vriend.
Altijd vrolijk kwispelend, altijd in voor wat deugenieterij.
Al moest je altijd oppassen dat hij er niet met je eten vandoor was…
Al kon hij oorverdovend blaffen tot je er echt crimineel van werd…
Hoe hij zijn eigen systeem had uitgedokterd om te remmen op onze parketvloeren…
Of hoe hij op zijn rug slapen tot de kunst had verheven (met z’n ene poot in de lucht al was ie Superman)
Die rare flapjes aan zijn oren waar je uren aan kon prutsen.
De diepe zuchten die hij slaakte als hij ’s ochtends bij je op bed kroop.
Die wiebelstaart met het witte puntje waarmee hij altijd toonde dat hij blij was jou te zien.
Hij was de beste hond van de wereld. En de mooiste. En de zachtste. En de liefste.
Slaap zacht, Bruceje
Omgekeerde wereld…
Ik ben blij dat ik mag gaan werken morgen.
Ja, Serieus. Blij dat het weekend gedaan is. Non Stop (buiten de nachten) gewerkt in het huis, voorbereiding voor de plakker. Die komt deze week de benedenverdieping afwerken…
Ik post snel wat meer… Nu ga ik echter een avondje niets doen….
Boodschap van het heelal?
Dan ga je je rijexamen doen.
Na twintig minuten stuurt de examinator je al terug richting examencentrum. *stress*¨
‘Je hebt goed gereden, Sara, maar….’, zei ze, na het parkeren voor het centrum. En ze wachtte.
Mijn bloed begon te koken. Tranen wrongen zich bijna uit mijn ogen.
‘…maar je hebt zo goed gereden, dat we veel te snel terug op het examencentrum zijn. Proficiat, je bent geslaagd.’
Hartkloppingen verdwijnen.
Je snelt de stad in en laat meteen nieuwe pasfoto’s maken. Zoals altijd zijn ze lelijk. Je snelt verder naar het districtshuis: gesloten. Het is vakantie.
Je snelt naar het huis om nog wat klusjes op te knappen. De stress zit erin. Je maakt ruzie met Vriend. Om iets voor zes hou je het voor bekeken. Je rijdt richting thuis: je mama heeft je uitgenodigd voor ‘kip van het spit’ en ‘Cava’: om het rijbewijs te vieren.
Om tien na zes val je in panne met de auto op de oprit Borgerhout.
Om zeven uur sta je op de oprit Borgerhout. Je hebt migraine
Om half acht arriveert Touring wegenhulp. Ze kunnen je niet helpen. Ze bellen een sleepdienst. Je slikt nog wat pillen in de hoop de migraine te verzachten.
Om acht uur sta je op de oprit Borgerhout. Je hebt migraine.
Om negen uur sta je op de oprit Borgerhout. Je hebt migraine.
Om kwart na negen kan je richting huis vertrekken. Je arriveert bij je mama met zo’n erge migraine dat je geen kip kan eten, laat staan cava kan drinken. SHIT.
Maandag krijg je telefoon van de garage. Het zal minstens 3500 euro kosten om de auto te maken. Een auto, met 250.000 km op de teller.
Ik heb een rijbewijs, en waarschijnlijk geen auto meer. Of hoe het leven kan keren.
Blij, blij, blij…
Vrijdag kreeg ik een klein rood pakje.
In dat pakje zat een meter. Je weet wel, zo’n plooimeter die iedere stielman met zich mee zeult.
Nee, de meter was niet bedoeld als hulpstuk.
De meter was een cadeau, voor een meter.
Een meter van een boeleke. En ik ben die meter hé! Jeuj…
Ik voel me helemaal vereerd. Huilde zelfs een beetje (veel)…
Ik word meter! Het kleintje (jongen/meisje, nog steeds een raadsel, al heeft iedereen zo zijn vermoeden) is uitgerekend voor 1 oktober. En nu is het wachten geblazen….
Ik ben moe…
moe, moe, moe.
moe, moe, moe, moe.
En het is nog maar dinsdag.
En ik ben gisteren EN eergisteren al om half elf m’n bed ingedoken.
moe, moe, MOE.
Aandacht, aandacht…
Aan degene die het nodig vindt om af en toe om mijn posts te antwoorden met verrijkende stukjes bestaande uit het woord ‘zaag’:
Als mijn blog je niet aanstaat, blijf dan gewoon weg.
En als je toch rottige antwoorden wil blijven geven: wees dan een vent en gebruik je echte mailadres…!
San Antagelo, mijn voeten!
Over een gat en boter
Geloof het of niet. (Al kan ik het zelf niet altijd geloven) De laatste weken trek ik iedere dag met plezier naar m’n werk.
Stress, problemen, deadlines, het hoort er allemaal bij en toch lijk ik onvermurwbaar: ik doe mijn job graag.
Uiteraard: ik sta niet iedere ochtend even graag op, er zijn mindere momenten en soms wil ik gewoon krijsend naar huis rennen, maar ik doe het graag. Het werk is interessant, afwisselend, leerrijk. De collega’s zijn vriendelijk, grappig, behulpzaam. Ik ben met mijn gat in de boter gevallen!
Het is intussen quasi een jaar geleden dat ik kwam solliciteren voor mijn functie hier en ik heb er nog geen moment spijt van gehad. Merkwaardig vind ik het, hoe het kan verkeren.
Een jaar geleden zat ik nog opgesloten in een uitzichtloze, oninteressante, ronduit saaie job. Nu heb ik alles waarnaar ik op zoek was/ben. Van een saai bureeltje met véél te weinig werk naar een bloeiend bedrijf met swung en een stapel projecten die ik allemaal tot een goed einde moet brengen.
Al waarschuwden ze mij wel, bij mijn sollicitatie. Dat het héél eentonig werk kon zijn. Dat er héél veel repetitief werk was. Eerlijk? Zoveel heb ik daar nog niet van gemerkt. Was het om mij af te schrikken? Of ben ik te simpel om te merken dat ik steeds hetzelfde doe *grijns*?